Strategische stuurinstrumenten vergeleken
Auteurs: Roel Wagter en Dirk Witte
Dit artikel is geplaatst met exclusieve toestemming van Ordina en auteurs
Inhoudsopgave
- Inleiding
- Onderzoek GEA
- Stuurinstrument GEA
- Stuurinstrument Balanced Scorecard
- Meetlat voor vergelijking
- Positionering stuurinstrumenten op dichotomieën
- Bevindingen en conclusies
- Literatuurlijst
Inleiding
Architectuur ontwikkelt zich in hoog tempo van conceptuele beschrijvingen met een partiële
scope op tactisch/operationeel niveau naar een stuurinstrument met een integrale scope op
strategisch niveau. In dit artikel vergelijken de auteurs het stuurinstrument GEA (General
Enterprise Architecturing) uit de architecturale managementschool met het, zowel in het
bedrijfsleven als bij de overheid, veel toegepaste Balanced Scorecard uit de performance
managementschool. Zij gaan in op de verschillen, overeenkomsten en toegevoegde waarde van
een gecombineerde toepassing.
Strategische stuurinstrumenten dienen als hulpmiddelen
bij de begrips-, oordeels- en besluitvorming voor
de formulering van de strategie van een organisatie. Het
vraagstuk van de stuurbaarheid van organisaties heeft
door de eeuwen heen een groot aantal bedrijfsfilosofen
geïnspireerd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Fayol, Taylor,
Mintzberg en Simons. Deze bedrijfsfilosofieën zijn gebruikt
door bedrijfseconomen en organisatiekundigen, zoals
Porter, Senge, Hamel en Deming voor de ontwikkeling van
managementtheorieën en stuurinstrumenten. In deze
managementtheorieën met bijbehorende stuurinstrumenten
is een aantal stromingen te onderkennen. Zie tabel 1.
De laatste decennia zien wij de architecturale stroming
met bijbehorend stuurinstrumentarium opkomen. Deze
stroming had aanvankelijk als invalshoek de logische
samenhang binnen de informatievoorziening en de
samenhang hiervan met enkele onderdelen van de
bedrijfsvoering. Meer recente ontwikkelingen richten
zich op de samenhang in en tussen zin- en vormgeving
van een organisatie, waardoor de merite van architectuur
zowel strategisch als holistisch van aard wordt. De
architecturale stroming zien wij als een aanvulling op
de bovenvermelde stromingen. GEA [Bron 5], dat staat
voor General Enterprise Architecturing, is één van de
exponenten hiervan en positioneert zich tussen de stuurinstrumenten
van de andere stromingen. GEA, dat in de
volgende paragraaf nader wordt toegelicht, bouwt voort
op architectuurmethoden als Zachman [Bron 1], DYA
[Bron 4], Infrastructurele benadering [Bron 12], TOGAF
[Bron 3] en IAF [Bron 13].
Onderzoek GEA
Wij hebben een onderzoek uitgevoerd om GEA te positioneren
ten opzichte van andere strategische stuurinstrumenten.
Aangezien het voor ons niet mogelijk was
alle bekende en gebruikte stuurinstrumenten met GEA
te vergelijken, hebben we een keuze moeten maken. De
gekozen instrumenten zijn:
- Performance management: Balanced Scorecard (BSC)[Bron 2, Bron 7].
- Strategie- en beleidsimplementatie: 7S-model [Bron 8].
- Kwaliteitsmanagement en Management Control: INK [Bron 9].
- Strategie- en beleidsontwikkeling: Ex Ante Uitvoeringsanalyse (EAUA) [Bron 10].
- Strategie- en beleidsontwikkeling: Vierfasenmodel [Bron 11].
Hoofdreden voor deze keuze is dat met deze instrumenten
het merendeel van de diverse stromingen wordt
vertegenwoordigd, alsook het bedrijfsleven, overheid en
wetenschappelijke wereld. Hier geldt:
- De drie eerstgenoemde zijn algemeen bekend en toegepast.
- De vierde is een voorbeeld van een instrument dat bij de overheid opgang doet.
- De vijfde is een voorbeeld uit de wetenschappelijke wereld.
Ter illustratie van de toegevoegde waarde van een
gecombineerde toepassing, gaan we in dit artikel in op
de positionering van GEA ten opzichte van Balanced
Scorecard. Voor een volledige vergelijking verwijzen we
naar het boek Sturen op samenhang op basis van GEA, dat
vrij downloadbaar is op www.groeiplatformgea.nl.
De vraag die we stellen, luidt: ‘Hoe verhoudt het sturend
vermogen van GEA zich ten opzichte van een in de markt
gangbaar stuurinstrument als Balanced Scorecard?’ Bij
de beantwoording van deze vraag belichten wij de verschillen,
de overeenkomsten en de toegevoegde waarde
van een gecombineerde toepassing.
Stuurinstrument GEA
Figuur 1. Samenhang in en tussen zin- en vormgeving |
|
Figuur 2. Samenhangend stelsel van stuurelementen |
|
Figuur 3. Voorbeeld van een GEA-proces impactanalyse bedrijfsvraagstuk |
|
Figuur 4. Model BSC |
|
Figuur 5. Een viertal dichotomieën van strategisch sturen |
|
Figuur 6. Positionering stuurinstrumenten op dichotomieën |
|
Figuur 7. Samenhang tussen GEA en BSC |
|
|
GEA is de afgelopen jaren ontwikkeld door een consortium
van organisaties bestaande uit ANWB, Dienst Justitiële
Inrichtingen, ICTU, Ministerie van Defensie, Ministerie
van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Nederlandse
Spoorwegen, Ordina, PGGM, Politie Nederland, Radboud
Universiteit Nijmegen, Rijkswaterstaat en UWV. Deze
samenstelling van profitorganisaties, overheden en wetenschap
heeft geleid tot een praktisch toepasbaar instrument
met een gedegen theoretisch fundament.
De premisse van GEA is dat een goede samenhang in en
tussen zin- en vormgeving van een organisatie voorwaarde
is om excellent te presteren, en dat excellent
presteren primair start met goede beslissingen van
bestuurders (zie figuur 1).
GEA biedt een instrument dat bestuurders helpt beslissingen
vanuit een integraal samenhangend inzicht te
nemen, door het aanbrengen van focus op samenhang in
de processen die oplossingen creëren. GEA ontwikkelt een
dieper begrip van de manier waarop zin- en vormgeving
met elkaar verband houden en hoe gebeurtenissen in de
in- en externe omgeving van de organisatie, uitgedrukt
in vraagstukken, op dit verband effect sorteren. Deze
eigenschap van GEA stelt bestuurders in staat de causale
gevolgen van belangrijke bedrijfsvraagstukken vooraf
te overzien en leidt tot integrale oplossingsrichtingen
én aanpakkeuzen met behoud c.q. versterking van de
samenhang van de organisatie. GEA leidt tot kwalitatief
betere besluitvorming en maakt investeringsonderbouwingen
betrouwbaarder en realistischer. Desinvesteringen
door het terugdraaien van realisatietrajecten, als gevolg
van 'vergeten' impactgebieden en te laat ontdekte alternatieve
mogelijkheden, worden sterk gereduceerd.
Deze ‘sturing op samenhang’ geschiedt met behulp van
een permanent geactualiseerd samenhangend stelsel,
bestaande uit belangrijke, door de organisatie onderkende
invalshoeken met bijbehorende stuurelementen.
Deze invalshoeken worden in GEA perspectieven
genoemd en de hieraan gekoppelde stuurelementen zijn:
kernbegrippen, richtinggevende uitspraken, principes,
kernmodellen en relevante relaties (zie figuur 2). Met
behulp van dit samenhangende stelsel worden door
vertegenwoordigers van de perspectieven impactanalyses
uitgevoerd op majeure bedrijfsvraagstukken en voorgenomen
strategie-interventies.
In eerste instantie wordt de impact van het vraagstuk op
de perspectieven bepaald, gevolgd door het induceren
van de oplossingsruimte vanuit de perspectieven ten
aanzien van het vraagstuk. De synthese van deze
analyses biedt de integrale oplossingsrichting én aanpakkeuze
(zie figuur 3). Na definitieve besluitvorming vormt
de oplossingsrichting en aanpakkeuze de eerste sectie
van een Programma Start Architectuur ter aansturing
van de uitvoering van de oplossing. Door dit samenhangend
stelsel actueel te houden en permanent toe
te passen op vraagstukken, komt de samenhang in een
organisatie continu op een hoger peil en verkrijgt men
een meer effectieve besturingssituatie.
Stuurinstrument Balanced Scorecard
Balanced Scorecard (BSC) is ontwikkeld door Kaplan en
Norton vanuit de gedachte, dat in veel organisaties bovenmatig
veel aandacht bestaat voor financiële sturing. BSC
wil hierin een balans aanbrengen door aandacht te vragen
voor niet-financiële factoren (zie figuur 4). Er worden vier
perspectieven onderkend. Vanuit ieder perspectief worden
doelen, kritieke succesfactoren, prestatie-indicatoren,
streefnormen en verbeteracties geformuleerd. De balans
binnen BSC komt tot uitdrukking in het gebruik van
korte- en langetermijndoelstellingen, financiële en nietfinanciële
indicatoren, externe (aandeelhouders, klanten)
en interne (processen, innovatie) indicatoren. De performance
drivers zijn succesfactoren (met bijbehorende indicatoren)
die voorspellende waarde hebben voor toekomstige
prestaties van een organisatie. De outcome drivers en
measures echter geven informatie over de prestaties van
de onderneming in de afgelopen periode.
Het toepassingsgebied van BSC is van oorsprong prestatiemanagement,
gebaseerd op planning en control.
Daarnaast is BSC bruikbaar gebleken voor strategieimplementatie.
Prestatiemeting betreft de vergelijking
tussen de doelwaarden en de werkelijke waarden. Op
basis van deze vergelijking kunnen afwijkingen van de
geplande (gewenste) situatie worden geanalyseerd en kan
corrigerende actie worden ondernomen. Het vormt zo
een implementatiemiddel met nadruk op het meetbaar
maken van voorspellende indicatoren voor verbetering
van processen en dienstverlening aan klanten en uiteindelijk
tot verbeterde financiële prestaties.
|
Meetlat voor vergelijking
Om de karakteristieken van stuurinstrumenten expliciet
te maken, hebben we, in nauwe samenwerking met het
hiervoor vermelde consortium, vier belangrijke dichotomieën
gedefinieerd, die als meetlat fungeren voor de
positionering van de onderzochte stuurinstrumenten (zie
figuur 5). We hebben gekozen voor dichotomieën die sterk
bepalend zijn voor de wijze waarop een organisatie wordt
ingericht. Dit zijn respectievelijk: zingeving, vormgeving,
scope en dynamiek. Zingeving omvat visie, missie,
doelen en strategie van de organisatie. Vormgeving is
een concretisering van de zingeving van een organisatie.
De scope betreft het gebied waarop managementinterventies
aangrijpen. De dynamiek is een maat voor de
vereiste responssnelheid van de organisatie. In de figuur
hebben wij de uitersten op de dichotomieën aangegeven
en als volgt toegelicht.
- Dichotomie van de zingeving. Deze dichotomie zet
sturing op experimentele zingeving (organisch, voortschrijdend
inzicht) af tegen de conceptuele zingeving
(masterplan). Zingeving vanuit een conceptuele benadering
gaat uit van het adagium ‘bezint eer ge begint’,
terwijl de experimentele benadering een proefondervindelijke
zingeving aanhangt vanuit het adagium
begint eer ge bezint
.
- Dichotomie van de vormgeving. We onderkennen aan de
ene kant sturing op het hoe waarbij interventies aangrijpen
op de totstandkoming van het resultaat (wijze
van vormgeving, het proces). Aan de andere kant
onderkennen we sturing op het wat (effect van de
vormgeving, het product) waarbij juist het resultaat
het aangrijpingspunt van sturing vormt.
- Dichotomie van de scope. Op deze dichotomie wordt de
reikwijdte van sturing uitgezet. We zetten daarbij
partiële sturing tegenover integrale sturing. Wordt de
organisatie beschouwd en bestuurd als een integraal
samenhangend geheel, of als een verzameling
autonoom functionerende onderdelen?
- Dichotomie van de dynamiek. Op deze dichotomie wordt
de manier van interacteren van de organisatie met de
omgeving beschouwd. Reageert de organisatie – als
onderdeel van een bedrijfsecosysteem [Bron 6] – direct
of uitgesteld op de omgeving? Directe interactie is een
vorm van gebeurtenisgedreven sturing (event driven)
die we ook wel situationeel handelen of improviseren
noemen. Uitgestelde sturing is gebaseerd op planningscycli,
gericht op consistente besluitvorming
op zowel korte als lange termijn. Deze uitgestelde
sturing geldt uiteraard niet voor events die de
continuïteit van een organisatie bedreigen en direct
handelen vereisen.
Positionering stuurinstrumenten op dichotomieën
Een door het eerder vermelde consortium van organisaties
uitgevoerde positionering van deze stuurinstrumenten
op de gekozen dichotomieën, levert het beeld
op zoals in figuur 6 is weergegeven. Deze positionering
gebruiken wij om de overeenkomsten, verschillen en
toegevoegde waarde in het geval van gecombineerde
toepassing te duiden.
Overeenkomsten, verschillen en toegevoegde waarde. Zowel
GEA als BSC heeft als vertrekpunt de conceptuele
zingeving van de organisatie waarbij een samenhangend
stelsel van respectievelijk perspectieven c.q. prestatieindicatoren
wordt vervaardigd (zie figuur 6). GEA benut de
zingeving voor het sturen op samenhang in en tussen de
zin- en vormgeving, waarbij BSC de zingeving gebruikt
om de sturing op performance inhoud te geven. Dit
verschil is op de as vormgeving tot uitdrukking gebracht.
Beide stuurinstrumenten hebben als scope de organisatie
als geheel. Er is echter een nuanceverschil. BSC gaat uit
van een gesloten set van vier perspectieven, terwijl GEA
het aantal perspectieven volledig open laat.
Vanuit de as van de dynamiek beschouwd, kent zowel
GEA als BSC een vorm van preventieve sturing. BSC doet
dit door middel van performance drivers (normenkader)
met richtinggevende waarden voor de toekomst met een
cyclisch meetkarakter. GEA past preventieve sturing
toe door op event driven basis, integrale oplossingsrichtingen
én aanpakkeuzen te bieden voor voorgenomen
strategie-interventies, strategiescenario’s en zich aandienende
vraagstukken ter vermijding van suboptimalisaties
en inconsistenties. Figuur 6 laat zien dat de toegevoegde
waarde van GEA in combinatie met BSC vooral in
uitdrukking komt bij:
- sturing op het hoe naast sturen op het wat.
- gebeurtenisgestuurde besturing naast geplande cyclische besturing.
Dit betekent dat organisaties die BSC toepassen en
overgaan tot gecombineerde sturing met GEA, naar onze
verwachting, qua vormgeving responsiever worden. Hoe
deze instrumenten in wederzijds voordeel toegepast
kunnen worden, laat figuur 7 zien. In het bovenste
gedeelte van de figuur wordt links de totstandbrenging
van het samenhangende stelsel van GEA afgebeeld,
daarnaast het inregelen van de performance indicatoren
van BSC en rechtsboven de integratie van GEA en
BSC. Deze integratie is gerechtvaardigd omdat beide
instrumenten de conceptuele zingeving als uitvalsbasis
gebruiken. In het onderste deel van de figuur wordt
linksonder getoond dat op basis van een performancemeting
een vraagstuk ontstaat. In het midden van de figuur
wordt met behulp van GEA een aantal analyses betreffende
dit vraagstuk uitgevoerd, waarbij zowel de impact
van het vraagstuk op de perspectieven als de oplossingsruimte
beredeneerd vanuit de perspectieven, wordt
bepaald. De synthese van deze analyses leidt vervolgens
tot een integrale oplossingsrichting én aanpakkeuze voor
dit vraagstuk. Rechtsonder in de figuur laat zien dat de
verbeteringen, als resultaat van de oplossing, vervolgens
met BSC worden gemeten.
Bevindingen en conclusies
Wij hebben in dit onderzoek naar de relatie tussen GEA
en BSC, de volgende bevindingen opgedaan:
Literatuurlijst
Bron 1 John A. Zachman,
A Framework for
Information Systems
Architecture. IBM
Systems Journal, vol.
26, no. 3, 1987. IBM
Publication G321-
5298. 914-945-3836
Bron 2 Robert S.
Kaplan en David P.
Norton; Op kop met
de balanced scorecard.
1996, Harvard
Business School press,
ISBN 90 254 2303 5
Bron 3 TOGAF™ Version
8.1.1 Enterprise
Edition – Study Guide,
ISBN 9789087530938;
2007
Bron 4 Wagter,
e.a., DYA: snelheid
en samenhang in
business- en ICTarchitectuur,
2001
Tutein Nolthenius,
ISBN 90-72194-62-4
Bron 5 Sturen op
samenhang op basis
van GEA Permanent
en event driven; Roel
Wagter m.m.v. Gerrit
Nijkamp, Rob Stovers,
Dirk Witte; ISBN
9789087534066 (2009)
Bron 6 De markt als
zakelijk ecosysteem,
Drs. D.J.P. Witte,
Holland Management
Review, nr 93, 2004.
Bron 7 http://www.
balanced-scorecard.
nl/, een community
voor BSC-gebruikers
Bron 8 75 managementmodellen,
M. Mulders, Noordhoff
Uitgevers / 1e druk
/ 2007; ISBN-13:
9789001605117
Bron 9 www.ink.nl
Bron 10 De ex ante
uitvoeringsanalyse,
Departementale
Auditdienst (DAD) en
het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Documentatiecentrum
(WODC), Ministerie
van Justitie, maart
2007.
Bron 11 Ritmiek en
organisatiedynamiek:
vierfasenmodel, Prof.
dr. ing.T.W. Hardjono,
ISBN 90 267 2259
1, NUGI 684, 689,
Kluwer1999.
Bron 12 Informatiearchitectuur,
de
infrastructurele benadering;
Drs. Wim van
der Sanden, Ir. Bart
Sturm; Panfox BV,
Rosmalen 1997-2000;
ISBN 90-801270-3-5.
Bron 13 http://
en.wikipedia.org/
wiki/Enterprise_architecture_
framework
In de rubriek
'
Strategisch sturen op samenhang
'
vindt u meer artikelen over dit onderwerp.