De komst van de WMO draagt bij aan meer faciliteiten voor de wijk
Inhoudsopgave
- Inleiding
- Geen nieuw integraal welzijnsbeleid
- Communicatie over de WMO binnen gemeenten duidelijk toegenomen
- Groeiende behoefte aan informatie over de vraagzijde
- Prijs en efficiëntie spelen een belangrijke rol bij de aanbestedingen
- Gemeenten zelf verwachten nog meer problemen dan een jaar geleden
- Voordelen van de WMO
1. Inleiding
Op 1 januari 2007 zal de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) ingevoerd worden. De Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en de huishoudelijke verzorging uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) zijn samengebracht in een nieuwe wet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de WMO ligt vanaf 1 januari 2007 bij de gemeenten. Het idee hierachter is dat gemeenten beter kunnen inschatten wat de wensen van de eigen burgers zijn, dan dat de landelijke overheid dat kan. Straks moeten burgers bij één loket terechtkunnen voor informatie, advies en het aanvragen van hulpmiddelen en voorzieningen.
Een jaar geleden concludeerden we dat de WMO nog lang niet uitvoeringsgereed was. Hoe is de huidige stand van zaken, nu 1 januari 2007 nadert? Wij ondervroegen van 90 gemeenten (groot en klein) de projectleiders WMO en maakten de balans op. Antwoordde vorig jaar nog maar 7% van de gemeenten dat men bezig was met de uitvoering en organisatie, in september 2006 is dit percentage gestegen naar 56%. De tijd dringt.
Uit dit onderzoek blijkt dat de komst van de WMO bij de meeste gemeenten nog niet heeft geleid tot het ontwikkelen van een integraal welzijnsbeleid. Het blijkt dat alle energie van de gemeenten is gaan zitten in het overzetten van de huishoudelijke verzorging van de AWBZ naar de WMO en de aanbestedingen. Belangrijk lichtpuntje is dat het merendeel van de gemeenten (68%) verwacht dat de komst van de WMO leidt tot meer aandacht voor faciliteiten in en voor de wijk.
2. Geen nieuw integraal welzijnsbeleid
De WMO moet ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. De WMO kent negen prestatievelden:
- het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten;
- op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden;
- het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning;
- het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers;
- het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem;
- het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer;
- het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang;
- het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen;
- het bevorderen van verslavingsbeleid.
Uit de prestatievelden blijkt dat de WMO veel verder gaat dan het realiseren van één loket voor informatie, advies en het aanvragen van hulpmiddelen en voorzieningen. De invoering van de WMO vraagt om een integrale aanpak. Dit wordt ook genoemd als het belangrijkste voordeel van de WMO.
Op de vraag of het beleid ten aanzien van wonen, welzijn en zorg geheel vernieuwd wordt in de gemeente antwoordde echter slechts 9% dat dit het geval is. Van de gemeenten maakt 41% alleen beleid voor de nieuwe onderdelen en 37% geeft aan dat de nieuwe onderdelen één op één worden overgezet van de AWBZ en de WvG naar de WMO. Van een integrale aanpak is derhalve slechts in geringe mate sprake.
Figuur 1 laat zien dat het formuleren van beleid zich met name toespitst op het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking, het geven van informatie en advies en het bevorderen van zelfstandig functioneren. Ook is gevraagd welke prestatievelden men het belangrijkste vindt. Ook dit zijn veelal het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking en het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning. Hier wordt ook opvallend vaak het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid genoemd.
Figuur 1. Prestatievelden waarvoor gemeenten beleid hebben ontwikkeld
3. Communicatie over de WMO binnen gemeenten duidelijk toegenomen
Vergeleken met een jaar geleden is de mate waarin gemeenten binnen de eigen organisatie en daarbuiten communiceren over de gevolgen van de WMO toegenomen. Vorig jaar gaf nog 70% aan dit gedaan te hebben. Dit jaar geeft 84% aan dit gedaan te hebben. Ook is gevraagd met welke partijen men dit gedaan heeft. Met name de communicatie met cliënten is gestegen van 41% naar 74%. Ook richting de groep inwoners wordt meer gecommuniceerd (van 20% naar 62%). Van de aanbieders is er met name meer communicatie met de zorgkantoren (van 3% naar 65%).
4. Groeiende behoefte aan informatie over de vraagzijde
Op de vraag of gemeenten van plan zijn op enigerlei wijze de behoefte van de inwoners met betrekking tot de voorzieningen in de WMO te gaan peilen antwoordde 71% met ja. Vorig jaar was dit nog 61%. De meerderheid geeft aan dit door middel van enquêtes te willen gaan doen. Daarnaast noemt men burgerplatforms en inspraakavonden. In veel gevallen is dit nog in de fase van planvorming.
Op de vraag of er al marktverkenningen hebben plaatsgevonden over wie de huishoudelijke verzorging kan gaan aanbieden, antwoordde 73% met ja. Vorig jaar was dit nog slechts 25%. Op de vraag op welke wijze antwoordt men veelal via de Europese aanbesteding. Als marktonderzoeks- en adviesbureau verwacht je op een dergelijke vraag het raadplegen van de vragers over onder andere de kwaliteit van aanbieders. Opvallend genoeg wordt er door gemeenten vooral een aanbodbenadering gekozen.
5. Prijs en efficiëntie spelen een belangrijke rol bij de aanbestedingen
De meeste gemeenten (84%) kiezen ervoor om de aanbesteding met meerdere gemeenten tegelijk te doen, in sommige gevallen zelfs met 10 of meer gemeenten. Dit geeft aan dat de invoering van de WMO een zware belasting is voor de gemeente. Doel van de invoering van de WMO is de zorg dichterbij de burger brengen. Gemeenten zouden beter in staat zijn in te schatten wat de vraag is van de eigen inwoners dan dat de overheid dat kan. Wanneer gemeenten de aanbestedingen gezamenlijk doen, wordt een gedeelte van deze lokale benadering teniet gedaan. De reden die veel gemeenten aangeven om het met meerdere gemeenten samen te doen is het delen van kennis en kosten (efficiëntie).
Gemeenten geven met name de organisaties die nu al actief zijn in de gemeente een kans bij de aanbestedingen. Opvallend is dat meer dan de helft van de gemeenten ook commerciële aanbieders van huishoudelijke verzorging mee laten dingen in de aanbestedingen. De kans is derhalve groot dat er nieuwe aanbieders op de markt verschijnen. Dit zijn met name schoonmaakbedrijven en particuliere zorg. Op de vraag wie er de meeste kans maakt antwoordt een groot deel van de gemeenten de organisaties die nu al in de gemeente actief zijn.
Figuur 2. Organisaties die een kans maken op de huishoudelijke verzorging
6. Gemeenten zelf verwachten nog meer problemen dan een jaar geleden
Vorig jaar verwachtte 43% van de gemeenten problemen door de invoering van de WMO. Nu is dat percentage opgelopen tot 63%. Problemen liggen veelal op het financiële vlak, het budget zou te klein zijn en op het organisatorische vlak, te weinig tijd. Ook wordt de automatisering relatief vaak genoemd, oftewel de koppeling aan bestaande systemen. Het te krappe financiële budget wordt dan ook als het belangrijkste nadeel gezien van de WMO door de gemeenten.
7. Voordelen van de WMO
Gemeenten zien als belangrijkste voordeel van de WMO het integrale beleid. Ondanks het feit dat dit integrale beleid er nu veelal nog niet is, geven gemeenten hiermee wel aan dat zij hiertoe door de komst van de WMO de mogelijkheid zien. Andere voordelen die de gemeenten zien zijn de betere bediening van de klant via één loket en het dichterbij de klant brengen van de zorg. Tot slot is de gemeenten gevraagd of zij verwachten dat de komst van de WMO zou kunnen bijdragen aan meer faciliteiten in en voor de wijk. Hierop antwoordde 68% positief.
Redenen hiervoor zijn dat wonen, welzijn en zorg beter aan elkaar geknoopt kunnen worden en het wijkgerichte werken.
Voor meer informatie over dit onderzoek van USP Marketing Consultancy en DIA BV kunt u contact opnemen met Drs. Sandy van Marrewijk, USP Marketing Consultancy.
Dit artikel downloaden
In de rubriek
'
Nieuws en Publicaties
'
vindt u meer artikelen over dit onderwerp.